NIEUWE MOGELIJKHEDEN BIJ OPENBARE VERKOOP VAN ONROEREND GOED
De Surinaamse Juristen Vereniging (SJV), het Surinaams Juristenblad (SJB), de Surinaamse Notariële Beroepsorganisatie (SNB) en de Surinaamse Bankiersvereniging (SBV) hebben gemeenschappelijk een lezing georganiseerd in de grote zaal van de B.S. Het Park op woensdag 26 maart 2025, die bomvol was. Het aantal aanwezigen wordt geschat op 150. Het publiek bestond voornamelijk uit notarissen, advocaten, (bank)juristen en makelaars/taxateurs. Het thema van de avond was: de hypothecaire executie.
De voorzitter van de SJV, mr. H. Schurman bracht naar voren dat zijn organisatie het als een maatschappelijke verantwoordelijkheid beschouwt om de gemeenschap zo veel mogelijk op de hoogte te stellen van de nieuwe ontwikkelingen die het Nieuw Burgerlijk Wetboek met zich meebrengt. Ook de voorzitters van de overige bij de organisatie betrokken verenigingen wezen op het belang van het onderwerp in het bijzonder voor de financiële wereld.
Mr.dr. Carlo Jadnanansing verzorgde de eerste presentatie waarin de executie volgens het huidige B.W. (artikel 1207 B.W.) werd belicht. De spreker wees erop dat in de bestaande wetgeving de veiling volgens het plaatselijk gebruik moet geschieden. In de praktijk is gebleken dat er onduidelijkheid bestond over de juiste inhoud van dit begrip. Vandaar dat de Vereniging van Notarissen en Kandidaat-notarissen (thans Surinaamse Notariële Beroepsorganisatie) in 2001 de achterhaalde oude veilingvoorwaarden had vervangen door een moderne versie. Deze voorwaarden voldoen aan de eisen van de praktijk. Het probleem blijft echter dat de bedoelde voorwaarden geen wettelijke basis hebben.
Ook wees hij erop dat er vele procedures aanhangig gemaakt worden voor het stopzetten van aangekondigde veilingen waarbij het erop lijkt dat het vooral gaat om het beschermen van de debiteur als economisch zwakkere. Dit is echter een onjuiste benadering, omdat de veiling ex. 1207 B.W. een vereenvoudigde executie is. Dit betekent dat de voorschriften die voor een normale executie volgens het Wetboek van Burgerlijk Rechtsvordering gelden, vermeden worden. De bedoeling van de wetgever was volgens de spreker juist het belang van de schuldeisers te dienen teneinde hypothecaire geldleningen te stimuleren. In het nieuwe B.W. is de executie op een betere wijze geregeld zodat het verwachtbaar is dat er minder processen zullen zijn met betrekking tot stopzetting van veilingen. De spreker wees er schertsend op dat er hierdoor ook minder werk zal zijn voor de advocaten!
Mr. Chris Calor ging uitvoerig in op de procedure die door het nieuwe B.W. zal worden ingevoerd per 1 mei 2025. De spreker wees erop dat in grote lijnen dezelfde procedure geldt als die daarvoor bestond. De belangrijkste wijziging is dat de mogelijkheid geschapen is van een onderhandse executie. Dit houdt in dat zowel de hypotheekgever (schuldenaar) als de hypotheeknemer (schuldeiser) bevoegd zijn om bij het niet voldoen aan de verplichtingen door de schuldenaar (wanbetaling) een koper te zoeken die bereid is een onderhandse verkoop aan te gaan.
Het gaat bij een executie erom – en dit geldt zowel voor het oude als het nieuwe B.W. – dat de hoogste opbrengst moet worden gehaald. Het is in de praktijk gebleken dat op een veiling dit niet altijd het geval is. Vandaar dat de mogelijkheid van onderhandse verkoop is geschapen. Hiervoor moet echter aan vele voorwaarden voldaan worden en is rechterlijke toestemming vereist.
Hierbij kan worden opgemerkt dat in de Surinaamse praktijk de mogelijkheid van een onderhandse verkoop van het te veilen onroerend goed reeds bestond. Na aankondiging van de veiling ging de schuldenaar vaak op zoek naar een koper voor een prijs die tenminste gelijk was aan de schuld. Indien de potentiële koper dit bedrag aan de hypotheekhouder betaalde dan was de schuld voldaan en werd de veiling stopgezet en kon de juridische eigenaar overgaan tot onderhandse verkoop.
Er bestond wel geen wettelijke regeling voor deze mogelijkheid en dus geen verplichting van de schuldeiser om mee te werken aan deze constructie.
Mr. Calor wees erop dat per 1 mei 2025 de bekende advertenties die in tenminste twee dagbladen moeten verschijnen anders zullen luiden dan tot nu toe het geval was. In de advertentie dient vermeld te worden dat het om een executoriale verkoop gaat. Voorts moet de aankondiging informatie bevatten over het te verkopen object, tijd en plaats van veiling en dat men tot 14 dagen vóór de veiling bij de notaris schriftelijk een bod kan uitbrengen. Een dergelijk bod dient te worden uitgelegd als een uitnodiging van de bieder aan de hypotheekhouder/hypotheekverlener om met hem in onderhandeling te treden, teneinde een koopovereenkomst te sluiten, welke ter goedkeuring aan de kantonrechter wordt voorgelegd. Het zal ook niet meer nodig zijn om de naam van de schuldenaar te vermelden. Dit betekent dat het bekende en ongunstig klinkende: “aankomende: …” zal verdwijnen.
De spreker wees erop dat volgens het nieuw B.W. bij veilingen altijd een taxatie-rapport nodig zal zijn.
Tot een week voor de dag bepaald voor de verkoop kan bij de kantonrechter door de hypotheekhouder of hypotheekgever het verzoek worden ingediend goed te keuren dat de verkoop onderhands zal geschieden. Zowel bij de openbare als de onderhandse verkoop mogen hypotheekhouders meebieden en kopen. Bij het verzoek moet tevens een volledige koopakte worden overgelegd en zijn er voorts verscheidene formaliteiten voorgeschreven die in de wet vermeld zijn.
Indien de veiling of onderhandse verkoop op een richtige wijze is geschied, dan vervallen de niet batig gerangschikte hypotheken en beslagen van rechtswege. Dit is anders in het geldend B.W.
Na de inleidingen werd er uitvoerig van gedachten gewisseld tussen de sprekers en de aanwezigen.
De organiserende instanties mogen terugzien op een zeer geslaagde avond.
Kewita Soerjoesing LL.B.
Contact
Contact UsSchurman Advocaten N.V. guarantees professional advice. Because we mostly communicate over the internet, your questions are answered on the shortest possible notice.